Woensdag 8 januari hield burgemeester Evert Jan Nieuwenhuis tijdens de nieuwjaarsreceptie een toespraak. U kunt de nieuwjaarstoespraak hieronder lezen.

U neemt het mij vast niet kwalijk dat ik u op 8 januari nog een Kerstverhaal vertel… 

'Bent u met kerstmis hier, als ik vragen mag?' vroeg de dorpspastoor? Hij was er trots op dat een beroemd musicus in zijn dorp een huis had gekocht om er tot rust te komen van het jachtige leven in de concertzalen van Parijs. 'Blijft u met kerstmis hier?' Ja, de beroemde musicus was van plan de kerstdagen in het dorp door te brengen. 'Mag ik u dan uitnodigen voor onze kerstcantate? Ja, dat klinkt natuurlijk heel duur, kerstcantate, maar ons koor is niet meer dan een gewoon boerenkoortje, dat begrijpt u wel. En het orgel is nogal gammel En zelf ben ik ook geen echte dirigent, maar goed, we doen ons best, en ik stel prijs op uw vakkundig oordeel.'

Het werd kerstmis, de grote musicus kwam en de pastoor was nog zenuwachtiger dan anders. Maar iedereen deed z’n uiterste best en de cantate klonk nog weer wat mooier dan vorig jaar. Na afloop nodigde de pastoor zijn gast uit op de pastorie. En?' vroeg hij gespannen, nadat hij een glas wijn had ingeschonken. 'Heel goed,' zei de man uit Parijs. 'Werkelijk heel goed. Ik bedoel de wijn.' 'En de cantate?' 'Niet goed,' zei de man uit Parijs. 'U doet uw werk zonder twijfel met toewijding, maar als ik eerlijk ben: de toon is niet zuiver, de inzetten zijn aarzelend, het forte is te hard en het pianissimo te zacht. Het spijt mij dat ik u dit zeggen moet, maar u vroeg mij ernaar.'

Bedroefd sloeg de pastoor zijn ogen neer. 'Het is goed dat u het mij eerlijk zegt. Ik ben maar een gewone dorpspastoor. Ik kan noten lezen en een beetje de maat slaan, maar dat is dan ook alles. Ik ben wel blij dat u zei dat wij ons werk met toewijding doen. Dat hoorde u er dus wel in?' 'Jazeker,' zei de musicus uit Parijs, 'met toewijding. Alleen vals. Maar laat ik ophouden met mijn kritiek, liever doe ik u een voorstel. Zal ik volgend jaar het koor begeleiden?'

En dat gebeurde. De grote musicus liet het koor veel oefenen en lapte het orgel op. De verwachtingen waren dan ook hooggespannen toen het weer kerstmis werd. De pastoor zat wat onwennig in de kerk, tussen de andere mensen in. Vijftien jaar lang had hij gedirigeerd; nu stond de grote musicus daar. Met een ervaren gebaar hief de dirigent uit Parijs zijn handen, het koor zette als één man in, en zuiverder dan ooit klonk de muziek. Zo had de kerstcantate nog nooit geklonken. En toch… er miste er iets, maar de dorpspastoor wist niet wat.

En die nacht kon hij de slaap niet vatten. Hij lag in het donker voor zich uit te staren, totdat plotseling aan zijn voeteneind een licht verscheen. Hij schrok; daar stond een engel! Maar de engel zei: 'Schrik niet mijnheer pastoor, ik ben uit de hemel neergedaald; om te vragen hoe het met u gaat. De afgelopen vijftien jaar hebben wij hierboven geluisterd toen u zelf de kerstcantate dirigeerde, maar dit jaar is het stil gebleven, wij hebben niets gehoord.'

Een mooi verhaal. Een verhaal waar Waddinxveen iets mee kan in 2020. Ik denk aan 3 dingen. 

Toewijding

We zijn hier bij elkaar met mensen uit het onderwijs en het bedrijfsleven. Politie en brandweer. Politiek en samenleving. Kortom, allemaal op onze eigen plek dienstbaar aan Waddinxveen. Ik gun u en onszelf dat we ons werk met toewijding mogen doen in 2020. 

Wat een mooi woord eigenlijk: toewijding. Het klinkt ook zo anders dan veel andere woorden. Het gaat niet over mijn rechten. Het gaat niet over mijn prestaties of mijn mening. Toewijding gaat over loyaliteit en trouw. Over bezieling en overgave.

Een toegewijde groepsleerkracht.
Een loyale agent.
Een ondernemer met het hart op de goede plek.
Een bezielde brandweerman.
Een raadslid op zoek naar het beste voor zijn of haar dorp.
De tientallen verenigingen waar menig vrijwilliger vol overgave zijn of haar werk doet.

Wat is het mooi burgemeester te mogen zijn in een dorp waar je dat proeft. Dan kunnen we in 2020 heel wat aan met elkaar. En dan kom ik als vanzelf bij het tweede:

De menselijke maat

Want ook al zijn we nog zo toegewijd, er zullen ook in 2020 dingen gebeuren die we niet willen. Of zaken die anders lopen dan gewenst.
Het is niet de vraag òf dat zal gebeuren, maar wannéér en door wie. En hoe.

Wat is dan ons antwoord? Hoe gaan we daar mee om? Ik wil daarin graag twee categorieën onderscheiden.
Even terug naar de cantate. Er kunnen meerdere redenen zijn dat het vals klinkt.
Je kunt in al je toewijding toch een valse noot ten gehore brengen. 
En je kunt bewust het concert verstoren.

Om met de laatste te beginnen: daarvoor is wat mij betreft geen ruimte. Ik denk aan de jaarwisseling. Een moment van bezinning; van ontmoeten. Van familie en gezelligheid. Bewust de boel verstoren en vergallen hoort daar niet bij. 
Winkelend publiek intimideren…
Zwaar vuurwerk bij een kinderdagverblijf afsteken…
Geweld tegen onze hulpverleners…
Een gevoel van onveiligheid creëren…

Gewoon not done! 

Heel teleurstellend dat in Waddinxveen extra inzet van de politie nodig was. Deze inzet was overigens adequaat en de rust gelukkig in korte tijd hersteld. Ik ben dan ook trots op de inzet van onze agenten en boa’s afgelopen jaarwisseling.
En laat ik dit er meteen maar bij zeggen: als dít de nieuwe manier van oudjaar vieren is; dan is mijn besluit helder. Vanaf heden ben ik voorstander van een algeheel vuurwerkverbod. 

Terug naar de cantate. Je kunt bewust het concert verstoren. Je kunt ook in al je toewijding een valse noot ten gehore brengen.
Dat laatste gebeurt maar al te vaak. We zijn immers mensen. Die bezielde brandweerman maakt fouten. Evenals de agent, de leerkracht en het raadslid. Burgemeesters, wethouders, ondernemers en vrijwilligers. 

Toegewijd, maar het blijft mensenwerk. Integer en tegelijk onvolmaakt. 
Soms vraag ik me af of we dat nog wel voldoende blijven zien. Hoe hoog leggen we de lat voor elkaar? 
Het valt me op dat we soms zo hard over elkaar spreken. Het oordeel geformuleerd in 140 tekens kan zo bot zijn. Nodeloos scherp. Soms zelfs kwetsend.

Onlangs zag ik een Facebookbericht voorbij komen. Mijnheer las over een Waddinxveens besluit dat hem niet beviel. Zijn reactie was dat de bedenkers van dat plan aan de hoogste boom moesten worden opgeknoopt.
Waarom nu toch? Waarom deze woorden. Ik heb hem uitgenodigd. We dronken een kop koffie. Hij benoemde waar voor hem de pijn zat. Ik vertelde waar hij de grens over was gegaan. Het bericht ging van Facebook. We waren weer ‘on speaking terms’. 

Mijn oproep is dan ook: Beste Waddinxveners, laten we elkaar in 2020 wat struikelruimte gunnen. Ruimte om te vallen en weer op te staan. Om het beter te doen. Ruimte om te groeien. Ruimte om jezelf te zijn en je eigen wijs te zingen. En tegelijk toch samen één te zijn. Één mooie gemeente waar het goed wonen, winkelen en werken is.

En dan kom ik bij mijn laatste punt.

De gemeente zijn wij allemaal

Beste mensen, wat wordt 2020 dan een mooi jaar. Want we zijn toegewijd. En ja, het mag af en toe fout gaan. Omdat we tegelijkertijd weten dat er veel goed gaat. Heel veel. We zijn er aan gewend, we merken het misschien niet eens meer op. Maar wat heeft Waddinxveen veel om trots op te zijn! 
Reken maar dat de Franse zangers al jarenlang een voldaan gevoel hadden. Met gepaste trots. Ze hadden dan toch maar even een cantate neergezet! 
Dat konden ze niet alleen. 

En zo is het ook in Waddinxveen. 2020 hangt niet af van het college. Of van de raad. Of van wie hier dan ook. 
Het Waddinxveen van 2020 maken we met elkaar. 
Het orgel speelt al. De dirigent staat al te zwaaien. 
Kom, laten we inzetten.
Toegewijd. 
Met gepaste trots. 
Met een menselijke maat.
Op 2020.
Op Waddinxveen!

Proost!