Visie voor Gebedshuizen

Waddinxveen is een groeiende gemeente. Dit heeft ook effect op de kerken en moskeeën. We vinden het belangrijk hierover na te denken en er op in te spelen. Daarnaast heeft het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap gemeenten in Nederland gevraagd om een Visie voor Gebedshuizen op te stellen. Daarom is de visie gemaakt en op 25 februari 2026 vastgesteld in de raad. In deze visie onderzoeken we wat de geloofsgemeenschappen nodig hebben op het gebied van gebouwen en monumenten.

In Waddinxveen zien we verschillende ontwikkelingen bij de gebedshuizen. Het ene gebedshuis heeft te maken met minder bezoekers, terwijl het andere juist meer ruimte nodig heeft. Daarnaast groeit de vraag naar ruimte voor maatschappelijke, culturele en welzijnsvoorzieningen.

Het gebruik en de plek van gebedshuizen

Bij het maken van deze visie is rekening gehouden met de Visie op Maatschappelijke Voorzieningen. In Waddinxveen is behoefte aan gebouwen voor bijvoorbeeld verenigingen, zorg of ontmoeting. Gebedshuizen worden meestal in de avond en in het weekend gebruikt. Hierdoor kunnen buiten deze tijden de ruimtes door andere verenigingen gebruikt worden.

Ook is er aandacht in de visie voor hoe gebedshuizen blijvend onderdeel van het straatbeeld kunnen blijven. Bijvoorbeeld door het aanwijzen van monumenten en meedenken over plekken van gebedshuizen die passen in de omgeving.

Gesprekken met de geloofsgemeenschappen

In de visie hebben we duidelijk gemaakt wat de geloofsgemeenschappen nodig hebben, wat de ontwikkelingen zijn en hoe zij omgaan met de ruimtes. In april, mei en december van 2025 hebben we gesproken met alle geloofsgemeenschappen. Tijdens deze gesprekken hebben we informatie opgehaald hoe de verschillende geloofsgemeenschappen ervoor staan, hoe zij kijken naar hun toekomst en wat zij in de visie terug willen zien. Ook spraken we over het multifunctioneel gebruik en het verduurzamen van hun gebouwen.

Hoe nu verder?

Nu de visie klaar is, gaan we uitzoeken hoe we het aanbod en de vraag naar ruimtes aan elkaar kunnen koppelen. We onderzoeken of we daarvoor een centraal (online) punt kunnen opzetten.